“Er staat ’n vieze man aan de deur !”

“Er staat ’n vieze man aan de deur !”

Ik sta buiten een flatgebouw met 50 woonunits  in Amersfoort Noord om vragenformulieren op te halen die zicht moeten bieden op de bereidheid om burenhulp te geven dan wel te ontvangen. Die persoonlijke aanpak, om per buurt te bouwen aan ‘bewonersnetwerken’ past helemaal in de tijdgeest, waarin het de burger is die zich sterk maakt voor een goed leefklimaat in zijn/haar directe omgeving. Terwijl de stadsbussen achter mij ieder gesprek via een intercom met camera in de kiem smoren, begin ik me in toenemender mate af te vragen of ik geen doorgeschoten uitslover ben.

Reclamedrukwerk

“Nee, ik heb geen vragenlijst gezien, heb ook geen interesse”, “Oh, die zal met het reclamewerk zijn opgeruimd”, “Nee, ik heb de brief wel gezien, maar waar die gebleven is…?”, zijn gebruikelijke reacties. Daarbij heb ik dan ook nog het gevoel dat ik met enige regelmaat in stilte wordt bekeken door de camera en direct wordt afgeserveerd als iemand met een ‘boodschap’, al dan niet commercieel. Immers een score van meer dan 50% van bewoners die op een vrijdagnamiddag niet thuis is, lijkt wat overdreven.

Even komt de behoefte op om een ‘vieze man’ imitatie van Kees van Kooten op te voeren. Een lange jas draag ik al, slissen en kwijlen kan ik als de beste, maar helaas heb ik me net geschoren.

Dan komt een sympathiek ogende dame de toegangsdeur openen en spreek ik haar aan.

Ja, ze heeft het vragenformulier gevonden en ingevuld, vindt het een ‘fantastisch initiatief’ en ook haar tienerdichter wil graag meedoen, met ‘babyzitten’ en een hondje uitlaten voor wie dat (tijdelijk) niet kan. Met die ene spontane reactie, die 2% vertegenwoordigt van alle reacties in die flat, is mijn dag gered.

Burgerparticipatie

Uit landelijke onderzoek is bekend dat ongeveer 6,5% van de burgers bereid is tot ‘burgerparticipatie’  in de eigen straat of buurt. Daar zit ik dan wel fors onder, maar verbaas me niet als ik hoor hoe de samenstelling van de bewoners in dit onpersoonlijk aandoende mensenpakhuis er uit ziet.

Het is een brede mix van jeugdige starters met een baan, die genoeg hebben aan zichzelf, zelfredzame ouderen, die hebben gekozen voor een woonplek  vlak bij het station, gescheiden ouders, al dan niet met kroost en een groot aantal bewoners ‘die je nooit ziet’. Daarbij is de doorstroom van komende en gaande huurders aanzienlijk. Kortom veel behoefte aan onderling contact is er niet.

Architectuur

Met buren, naast, onder,  links en rechts van je, is privacy een hoog goed. Dat ‘ieder voor zich en de huisbaas voor ons allen’  is in feite met de architectuur van het pand gegeven. Het doet me denken aan de legbatterijen in de bio-industrie, waarbij rationele efficiency alle andere leefaspecten verdrongen heeft.  Een straat verder, waar laagbouw met voor- en achtertuin er veel vriendelijke uitziet, ligt de score van opgehaalde vragenlijsten boven de 15%.

Bouwen aan ‘burennetwerken ’ in mijn wijk is een proces met een lange adem. En gelukkig heb ik één spontane buurtbewoonster gevonden. Met 30 tot 40 van die medestanders op een buurt met 550 woningen kunnen we een kleine wereld van verschil gaan maken.

Voorlopig kan ik mijn gefrustreerde  ‘vieze man’ act in de kast laten!

Reacties

Reacties