Overdenkingen van een aanjager (1)

Overdenkingen van een aanjager (1)

( Hallo, ik ben Peter de Buurtgek, die op Fox&Friends zijn avonturen mocht delen over mijn vrijwilligerswerk in mijn buurtje. Tijdens dat avontuur kwam ik Philip tegen die op zijn woonboot met een aantal andere ‘buurtgekken’ gesprekken hield, over wat hen zoal beweegt. Bij mijn afscheid drukte hij mij een oud schrift in handen met aantekeningen over zijn buurtwerk. Ik ben geen lezer, maar ik heb zijn woorden verslonden en denk dat ook anderen er wat aan kunnen hebben. Het verhaal van Philip heb ik – met zijn toestemming- in stukjes geknipt, die ik de komende weken met jullie ga delen. Veel leesplezier toegewenst. )

 Overdenkingen van een aanjager (2011-2012)

Inleiding.

Wat opvalt in literatuur over bewonersinitiatieven is dat het doorgaans gaat over plannen, fases, processen, modellen, en methoden, maar zelden over hoe professionals of bewoners in het basiswerk staan.

Hoe ze kijken en handelen, welke visie en werkstijl ze hebben ontwikkeld en wat hun ‘drive’ is?  Kortom het gaat zelden over mensen van vlees en bloed.

Wie zijn die aanjagers, duwers, trekkers, sleutelfiguren – of hoe ze ook heten mogen-  die zich inzetten voor samenhang in een buurt of wijk, wat is hun motivatie en welke kwaliteiten brengen ze mee? Wat zijn hun valkuilen en blinde vlekken. Staan ze rationeel in dit werk of gaan ze gewoon af op hun intuïtie ?

Zijn er kwaliteiten en kenmerken te ontdekken die het verschil maken tussen een aanjager die succes heeft en een aanpak die faalt en snel weer wordt vergeten?

Bij dit alles komt de vraag op hoe kwaliteiten en motivatie van actieve buurtbewoners tot één krachtige stroom kunnen aangroeien waardoor er ‘een buurt van verschil ontstaat’.

Voor mij zijn dit de relevante vragen. En ik kan ze het best beantwoorden door bij mijzelf te raden te gaan. Daarvoor heb ik de voor mij belangrijkste aspecten van mijn rol als buurtvrijwilliger/ aanjager geordend en beschreven, uitgaande van een concreet buurtproject rond sociale veiligheid en cohesie.

Als vorm heb ik gekozen voor “overdenkingen”, waarbij ik mijzelf de ruimte geef om hardop na te denken over mijn werk. Ook de schrijfstijl heeft daar de kenmerken van. Het is een vorm van hardop praten tegen de lezer, als denkbeeldige luisteraar.

Kenmerken van een aanjager

Wat een woord:  ‘aanjager’. Nu ben ik niet zo dol op de jagers van het westelijke halfrond. In een ‘aanjager’, zit ook iets heel hectisch. Eigenlijk is dat ook wat ik het eerste jaar van het project geweest ben.

Een gedrevene. Zonder dat anderen het zagen heb ik heel wat uren in mijn huiskamer op de bank zitten prakkiseren hoe we het buurtproject tot een succes konden maken. Ik vergeleek me dan wel met een hond, die irritant voor de kachel op een bot ligt te knagen en persé bij het merg wil komen. Als ik niet zichtbaar bezig was met het project in de buurt, op vergaderingen, per email, telefoon, interview of huisbezoek, was ik er wel in mijn hoofd mee bezig. Soms, bij het wakker worden ging de eerste spontane gedachten al uit naar het project, kwamen uit het niets leuke ideeën of spannende plannen te voorschijn en zat ik een half uur later heftig met twee vingers mails te rammen uit mijn computer.

Het is jammer dat ik die mails niet opgeslagen heb omdat ze een goed beeld geven van hoe een project ontstaat. Net zoals een Chinese dichter verwoordde: “Eerst waren er geen wegen op aarde. Maar wegen ontstaan als veel voeten in dezelfde richting gaan”

Ik herinner me ook de keren dat ik ’s avonds met een kater thuis kwam na een slecht bezochte bewonersbijeenkomst en bedacht dat ik in die tijd ook had kunnen schilderen. Voelde aan mijn vermoeide lichaam dat ik een behoorlijk zware klus op de schouders genomen had en teveel verantwoordelijkheid naar mezelf had toegetrokken. Die momenten hebben mij later enorm geholpen om geen “buurtburgemeester” te worden, een baasje die in alles de regie opeist, die zijn inbreng niet tactisch kan terugtrekken op het moment dat anderen opstaan om taken op zich te nemen.

Wat heb ik juist genoten van de ‘omslagmomenten’, de inspiratie van anderen, de dadendrang, maar ook de humor en het onderling groeiende contact. Wellicht was al dat gejaag in het eerste projectjaar noodzakelijk om iets in beweging te krijgen. Nu in het twee projectjaar merk ik dat ik al veel gas heb teruggenomen, me minder verantwoordelijk voel, meer  taken kan delen. En natuurlijk kan ik nooit verantwoordelijk zijn, omdat het slagen van het project geheel buiten mijn competentie ligt.

Omdat de wereld zo ook niet in mekaar zit, laat staan de buurt. Het is meer het zoeken naar de verbinding met de ander, naar het plezier van de ont-moeting en niet naar de zware klussen. Natuurlijk heb ik in de beginfase aan zelfonderzoek gedaan naar de motieven achter mijn gejaag, vooral als het ‘zwaar voelde’ of wanneer ik merkte de verhoudingen uit het oog te verliezen. Om te ontdekken dat er meerdere “drives” zijn in een grote gelaagdheid.

Philip de W. (2011)

 

 

Reacties

Reacties