Dromen als kunst op een postzegel

Dromen als kunst op een postzegel

Vannacht was het weer raak.

Naar de bioscoop ga ik al lang niet meer. Want iedere nacht is het raak in mijn bed.  Top films komen gratis en voor niks voorbij. Doorgaans kom ik daarbij mijzelf , of iets wat daarop lijkt, in tal van opmerkelijke  rollen tegen.

 Niet dat het altijd feest is. Soms is er een ‘regisseur noir’ aan de slag, die graag put uit een (vermeend) verleden toen ik bij tijd en wijle het lopen langs de rand van de afgrond tot op grote hoogte geperfectioneerde . De herinnering  aan die periode lijkt op celniveau verankerd in het onderbewuste, dat alles uit de kast trekt om er een zwaar kijkdrama van te maken.

Ik zie mijn gedroomde zelf steeds meer afhaken in de groepen waarin in me begeef. Met angst die bij iedere scene meer bezit van mij neemt. Tot een isolement als onvrijwillige keuze opdoemt, zonder  perspectief op een doorbraak in positieve  zin.

Film met een ster

Gelukkig is de toeschouwer van dit spektakel een geoefende kijker, die de nodige films gezien heeft en halverwege afhaakt  door het geheel met één * te waarderen.

Wakker geworden gebruik ik de droom als spiegel om te onderzoeken hoe het mij in het NU vergaat. Zijn er sporen van een sluipende depressie?  Ben ik sociaal voldoende actief? Waar gaat mijn hart naar uit? Heb ik te zwaar gedineerd of een deprimerende roman gelezen?

Vechten tegen de nazi’s

Liever kijk ik naar de films van een aanstormend talent dat zich niet kan beheersen in de wens om de meest uiteenlopende gebeurtenissen en personen tot een samenhangend geheel te visualiseren. Dat lukt bijna nooit, maar levert tal van gedenkwaardige en spectaculaire beelden op. Vecht de hoofdpersoon op het ene moment nog als ‘soldaat  tweede klas’ tegen de nazi’s, met de wetenschap dat hij “toch niet dood kan, omdat hij droomt”,  in de volgende scene is de oorlog spontaan gestopt omdat er een romantisch zomermeisje opdoemt in een tuin vol bloesems. De oorlog is als bij toverslag verdwenen. Wat geheel ontbreekt is de logica tussen de scènes. Het geheel verwijst naar de springende geest die ik maar al te goed ken uit de waaktoestand. Dit soort dromen hebben het nadeel dat ze slecht zijn terug te halen. Twee **,dus.

Robotten in een open cabrio

Pas echt leuk wordt het als er in mijn doom wordt verwezen naar actuele thema’s, die op een weinig orthodoxe wijze worden verbeeld. Twee robotten rijden in een open cabrio, maar zijn niet goed geprogrammeerd. Nu het druk is op de weg kiezen ze voor het trottoir. Maar zijn niet geprogrammeerd om lantaarnpalen te vermijden. Dat gaat natuurlijk goed fout: drie ***.

Leven als plant

Niet veel later ben ik betrokken bij een gezin waarvan de moeder een groeiende neurotische angstcultuur verspreid die partner, kinderen en hulpverleners machteloos maakt. Tenslotte leidt ze een wanhopig vegetatief bestaan als …plant. Als het gepiep en geklaag doorgaan en ieder machteloos rond haar staat, pak ik een schop, spit haar uit grond en verplaats naar een plek waar ze kan jammeren dreigen zonder dat anderen er al teveel hinder van ondervinden. De creatieve verbeelding van een situatie die ik maar al te goed ken.

Vreemd bakje met een rood kruis

Niet veel later bezoek ik na bovenstaande calamiteit een antroposofische arts, die zich voordoet als de  jeugdige uitgave van de arts die ik in waaktoestand consulteerde.

Tijdens het gesprek krijg ik een vreemd bakje met een rood kruis aangereikt.  Waarop ik aangeef dat ik daar prima mijn sigarettenpeuken ik kan deponeren. De hel breekt los. Dat ik rook is een schande en roken in zijn praktijk is ten strengste verboden. Aanwezige patiënten gaan zich met de zaak bemoeien. In geen tijden heb ik zoveel afkeurende blikken gezien.

Afkeurende blikken

Niet bedrukt door enig schuldgevoel stap ik op mijn arts af, kijk hem diep in de ogen en nodig hem uit voor een lang gesprek waarin we zijn schaduwkanten, die bepaald niet harmoniëren met zijn antroposofische achtergrond, eens haarscherp in beeld zullen brengen. Onder het motto: oordeel niet als je zelf niet geoordeeld wil worden.

Dat kantelt de situatie. De man gaat zoete broodjes bakken over “mooie kunst die hij ergens van mij gezien heeft”. “Ja”, zeg ik opschepperig , “ja, die maak ik en heb dingen verkocht tot in de USA”. Waarop de man vraagt of ik dan wellicht ook met mijn kunst ook op een postzegel sta.

Het betreft hier zeker een 4 **** droom.

Bij zoveel betekenisvolle onzin wordt ik vrolijk wakker en hoop dat er geen psychoanalyticus is die zich over deze blog gaat buigen.

 

 

Reacties

Reacties