Reizen vanuit de stoel: Marokkaanse fata morgana (2)

Reizen vanuit de stoel: Marokkaanse fata morgana (2)

(foto: Stil dal in het Rifgebergte tijdens een reis in 1977)

Reizen vanuit de stoel: Marokkaanse fata morgana (2)

In 1988 reisde ik met een ‘brother in crime’ naar Marokko om daar de markt te verkennen voor het opzetten van een onderneming die liep van de assemblage van oude Mercedes diesels tot het investeren in zon- en windenergie. In theorie kon er niets mis gaan, de uitvoering van het plan bleek een heel ander verhaal.

 Oplichter

Nadat ik mijn heetgebakende zakenpartner in Malaga van het vliegveld had gehaald [1], namen we de boot van Algeciras naar Tanger. Niet voordat ik op de parking bij de ferry een aardige financiële bijdrage had geleverd aan crimineel Nederland. Een sympathiek mens sprak mij aan, hij was in paniek. Op een terras in Algeciras was zijn handtas met geld en documenten gestolen. Nu wachtte hij op de storting door zijn broer, die hem moest verzekeren van de financiën voor de terugreis. Of ik zijn overnachting wilde bekostigen. Ik overwoog mijn kansen: voor 50% was er geloof in zijn verhaal, voor 50% zei mijn intuïtie met een oplichter van doen te hebben. Toen ik de man van geld had voorzien, was hij in tranen. Zijn optreden van een hoog dramatisch gehalte gaf enige compensatie voor mijn verloren geld. De acteur was nog niet vertrokken of twee havenarbeiders kwamen aansjokken met de vraag hoeveel wij  ‘gedoneerd’ hadden. Voor hen bleek het schouwspel een terugkerend vermaak, met dagelijks drie tot vier slachtoffers.

Altijd wind, altijd zon

Voor onze onderneming in wording hadden we voor Al Hoceima gekozen, een slaperig provinciestadje aan zee, niet ver van Tanger, waar de wind altijd waait, de zon steeds schijnt, woonplaats van veel Marokkaans Nederlandse arbeiders. Anno 2019 is die slaperigheid verdwenen met de komst van de Hirak al shaabi volksbeweging, die vecht voor meer sociaal-economische rechten in de Rif [2].

In Al Hoceima zochten we het adres van twee potentiële zakenpartners, die in een nieuw gebouwde wijk woonden, zonder straatbordjes of nummers. Een politieagent schoot op een wel heel plechtstatige manier te hulp. Hij marcheerde midden op straat voor onze auto uit, gevolgd door een grote schare opgewonden kinderen en leverde ons perfect voor de juiste huisdeur af.

Halve onderneming

Het zal niet verbazen: onze onderneming is er nooit gekomen. Onze Marokkaanse zakenpartners wilden graag voor de helft met ons in zee, maar windmolens op de kust ging hun verbeelding ver te boven. Wel maakten we contact met een charmante electro-ingenieur die ooit in Duitsland had gewerkt en een atelier runde waar dynamo’s werden gereviseerd. Hij zag weliswaar mogelijkheden, maar adviseerde te wachten op de resultaten van een nieuwe staatscommissie in Casablanca die zich boog over alternatieve energie. Daarbij moest worden gedacht in termijnen van jaren. Duidelijk werd dat je voor het opzetten van een bedrijfje in Marokko gold dat je er moest wonen, de cultuur moest kennen, er langdurig aan netwerkontwikkeling deed en zicht kreeg  op de gunsten die je aan de autoriteiten moest verlenen om een zaak in beweging te zetten. Kortom iets te veel ‘moeten’ voor de flierefluiter die ik destijds was.

Blauw dorp

Dus werd het in plaats van een zaken- een vakantiereis, waarbij vooral het bezoek aan Chefchaouen in de smaak viel. Dit bergdorp in het centrum van de hennepteelt was destijds toeristisch nauwelijks ontwikkeld, maar wordt anno 2019 in reisgidsen aangeprezen als ‘mooiste plekje van Marokko’[3]. De bewoners hebben daar in ruime mate aan bijgedragen door het pittoreske dorp geheel blauw te kalken. Dat geeft iets magisch bij een tocht door de smalle dorpsstraten.

Bij Toto, een jonge ondernemer die vloeiend meerdere talen sprak, kocht ik prachtige handgeweven ‘couvertures’, beddenspreien, voorzien van Berbermotieven, die nog heden ten dage mijn bedden sieren. Trots toonde hij een Dirham biljet met daarop de  afbeelding van de oude joodse begraafplaats van Chechaouen. Daar bleek in het verleden een grote joodse gemeenschap geleefd te hebben [4]

Kraai als stuntvlieger

Maar de meeste indruk, naast het indrukwekkend landschap van de Rif, maakte een kraai die in een stil dal van het Rif gebergte van de thermiek gebruik maakte om eindeloos te zwieren. En zich daarbij als een stuntvlieger kunstig keer op keer omdraaide met borstveren naar de zon gericht. Lezers die vermoeden dat dit tafereel onder invloed van een joint werd waargenomen moet ik teleurstellen.

Rest nog de terugreis die ik in mijn oude Mercedes in een lange ruk aflegde van Malaga naar Den Haag. Uit de slaap gehouden door veel koffie en de geanimeerde conversatie met twee Duitse sociologiestudentes die ik een lift had gegeven.

 

 

[1] http://foxandfriends.nl/blog/2019/08/28/reizen-vanuit-de-stoel-marokkaanse-fata-morgana1/

[2] https://en.wikipedia.org/wiki/Hirak_Rif_Movement (bron: Wikepedia)

[3] https://www.travellust.nl/chefchaouen-marokko/

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Joden_in_Marokko

Reacties

Reacties