Actie JAN (1) : hoe jongerenwerk het verschil maakte

Actie JAN  (1) : hoe jongerenwerk het verschil maakte

 

(foto 1979:  actievoerende jongeren uit Amsterdam Noord omringen wethouder Rudy van der Velde)

Twee jaar geleden ben ik gestopt met betaald werken. Was er ook helemaal klaar mee.

Maar soms val ik door een gat in mijn geheugen bij de vraag wat mij in mijn werk wezenlijk heeft geraakt, waar ik van heb geleerd, waar ik als mens beter van geworden ben.

En sta ineens weer in het jaar 1979 tussen actievoerende (randgroep)jongeren, buurtbewoners, jongerenwerkers en onderzoekers in Amsterdam Noord, die de handen ineen sloegen en een samenwerkende kracht vertoonden waar het elan vanaf spatten. Welzijnswerk als breekijzer, anno 2020 bijna niet meer voorstelbaar.

Hopeloos verdeeld

In een eerder blog 1schetste ik al de belabberde maatschappelijke positie van kansarme jongeren toen mijn Onderzoeksteam Amsterdam Noord, daar midden jaren ’70 van de vorige eeuw een onderzoekswinkel begon. De buurten waren gescheiden eilanden, het jongerenwerk was hopeloos verdeeld onder vier welzijnskoepels, straatgroepen concurreerden onderling om de macht, buurtbewoners klaagden steen en been over overlast en vernielingen.

Van isolement naar samenwerking

Met als opdracht ‘methodiekontwikkeling jongerenwerk’, inventariseerde we als onderzoekers eerst de noden van het werk. Nadat we door middel van interviews alle jeugdproblematiek in kaart hadden gebracht waar professionals en vrijwilligers nauwelijks een vinger achter kregen, werd besloten een horizontaal georganiseerd Tieneroverleg Amsterdam Noord (TON) te organiseren. De werkbegeleiders van de koepelorganisaties werden naar huis gestuurd omdat ze onvoldoende functioneerden. Naast een druk bezochte maandelijkse vergadering werden er werkgroepen opgericht rond gezamenlijke problemen die om een nieuwe aanpak vroegen: zoals huisvesting, politie en justitie problematiek positie van meisjes, opkomend harddruggebruik en vandalisme. Werkers die eerst buurtgewijs tegenover elkaar stonden, werden buren met een gezamenlijk belang: de verbeterde aanpak van jeugdproblematiek. Nu er een duidelijk samenwerkingsverband ontstond, verschenen ook de meer gespecialiseerde disciplines: straathoekwerk; meidenwerk; ambulante reclassering; pro deo advocatuur, drughulpverlening en begeleide kamerbewoning.

Het betrekken van actieve bewoners

Dat alles betekende echter niet dat de actieve buurt en wijkbewoners en de vrijwilligers van speeltuinen e.d. werden bereikt. Zo werd in in wijkorganisaties veel geklaagd over jeugdproblematiek zonder dat er zicht was op een aanpak. Als onderzoekers gingen we bij deze organisaties en verenigingen de pijn inventariseren en stelden voor gezamenlijk te gaan opereren.

Het betrekken van de jongeren

Nu er een informele basisstructuur jongerenwerk was gevormd kon de volgende slag worden gemaakt: professionals, buurtbewoners en onderzoekers inventariseerden bij alle jeugdgroepen in alle wijken wat hun wensen,noden en behoeften waren. Voorbeelden waren: huisvesting; een eigen jeugdonderkomen; een krachtsportaccommodatie; een sleutelwerkplaatsen; een bioscoop.

Maar hoe kom je van inzicht naar actie?

Brede strategie

Wat volgde was een brede strategie die er in het kort neer kwam op: Verenig alle onderling strijdende jeugdgroepen op hun gezamenlijk belang: betere voorzingen in alle buurten en wijken. Kies daarvoor een een gezamenlijke vijand en maak deze (mede) verantwoordelijk voor de aanpak.

Kortom, de gemeente Amsterdam die zorg dient te dragen voor het welzijn van alle bewoners. De inspiratie voor deze benadering werd gevonden bij vooraanstaande activisten als Saul Alinsky 2 in de USA. In het gevestigde welzijnswerk werd onze benadering al snel als ‘onhaalbaar’ gekwalificeerd. “Randgroepjongeren zijn niet te politiseren. Die krijg je niet in actie”, was het oordeel. Daarnaast werd geconcludeerd dat groepen die onderling in staat van oorlog verkeerden, nooit gezamenlijk wilden of konden optrekken.

Om die vermeende impasse te doorbreken moest er nog een essentiele stap worden gezet.

Een niet-aanval verdrag

Opnieuw gingen actieve bewoners, professionals en onderzoekers naar de jeugdgroepen in Amsterdam Noord. “Om jullie eisen kracht bij te zetten is een gezamenlijke actie richting gezamenlijke vijand, de gemeente, noodzakelijk:”. Plechtig werd met alle informele straatgroepleiders een onderling niet-aanval verdrag gesloten, dat minimaal gold voor de duur van een gezamenlijke actie. Dat haalde niet alle angst weg, maar bleek voldoende om te komen tot een bereidheid tot samenwerking. De actie werd ook spannend gemaakt: ” Dit wordt iets dat jullie nog nooit hebben meegemaakt en dit keer staan jullie centraal in de aandacht”. Niemand die buiten de boot wilde vallen.

Actie Jan

En zo werd de actie Jan (Jongeren Amsterdam Noord) geboren.

In een volgende blog citeren we uit het Jongerenstrijdboek Amsterdam Noord (1980) dat verhaalt van de eerste protestdemonstratie van ‘niet te politiseren jongeren’ bij het Amsterdamse gemeentehuis en het vervolg daarop.

1http://foxandfriends.nl/blog/2020/09/28/moet-ik-soms-mn-bek-houden-over-hoe-kansloze-jongeren-in-actie-kwamen-1980/

2https://nl.wikipedia.org/wiki/Saul_Alinsky

Reacties

Reacties