Reizen vanuit de stoel (4) : De vrouw die niet bestond

Reizen vanuit de stoel (4) : De vrouw die niet bestond

(foto: beschilderd koekblik als teken van ‘niet vergeten’ voor Madame Thibault)

Geen dorp, geen gehucht zonder verborgen verhalen. Soms worden ze verteld , maar al snel weer toegedekt, waardoor de nieuwsgierigheid van de buitenstaander alleen maar toeneemt. Ook het gehucht la Rousselie in de Dordogne kent dergelijke verhalen. Twee daarvan heb ik kunnen achterhalen.

Madame Thibault, de vrouw die officieel niet bestond

Het is niet haar ware naam. Ik heb haar zo genoemd omdat niemand rond la Rousselie, het gehucht waar ik enige jaren woonde, haar naam kende. Ze was doofstom, wist niet hoe te communiceren met de medemens en leefde als een kluizenaar in een abri, een grotwoning, zorgvuldig gecamoufleerd op een steile heuvel op korte afstand van ons huis. Hoe ze daar verscheen en jaren later weer verdween, niemand die het kon vertellen. Dat moet rond de late jaren ’40 van de vorige eeuw zijn geweest. Men beschouwde haar als een gek die je beter uit de weg kon gaan. Ook op de Mairie, het kleine gemeentehuis van Plazac keken ze mij met wat waterige ogen aan toen ik om informatie kwam. Formeel bestond ze niet; geen woonadres; geen gegevens, voor het secretariaat bestond ze niet, had nooit bestaan.

Maar de sporen van bewoning logen er niet om. Onder een licht overhangende rots waren stenen muurtjes gestapeld. De kleinste ruimte diende als stal voor enkele geiten, de grotere ruimte gaf toegang tot een ondiepe grot, net groot genoeg om er te beschut te kunnen zitten en slapen. Kinderen uit de buurt  kende de abri als geheime speelplaats. Ze hadden er vuurtjes gestookt en vast gefantaseerd over hoe het zou zijn om in de natuur te leven. Het enige spoor van Madame Thibault  dat resteerde was een verroest koekblik. Ik nam het mee om het te beschilderen als aandenken aan een vrouw die in totale eenzaamheid leefde met haar geiten, leefde van hun melk en van wat het bos aan voedsel te bieden had.

Jacht op een ruïne

Rond 1998 werd ik in Nederland gebeld, dat een bescheiden perceel land met daarop een ruïne te koop stond.  Een oude boerin probeerde al jaren kleine percelen grond rond la Rousselie te verkopen. Op een oude grijsblauwe Mobylette (bromfiets)  kwam ze bij tijd en wijle aanpruttelen om haar ‘koopwaar’ aan te bieden, die steeds te duur uitviel “omdat zij de erfenis met 20 neven en nichten delen moest ” en er stilzwijgend van uit werd ging dat die buitenlanders in het geld zwommen.  Dit keer was haar aanbod interessant omdat op het terrein de ruïne van een woonhuis stond. En waar een ruïne staat wordt de bouwvergunning voor een nieuw huis nooit geweigerd. De verkoop zou in de dorpkroeg bij opbod plaats vinden. Dus vroeg ik Jan, de enige vaste bewoner van ons Franse huis, om het perceel voor mij te gaan kopen.

Zolang de kaars brandt

De Middeleeuwen bleken niet ver toen dat alle gegadigden bij de start van de veiling een brandende kaars aangeraakt kregen.  Zolang je in de race was liet je die branden, stopte je met bieden, dan blies je die uit. Bij Jan heeft de kaars de hele avond gebrand en voor een slordige 3000 euro was ik aardig perceel land met ruïne rijker. Dacht ik. Want toen ik een week later bij de plaatselijke notaris verscheen om een en ander te regelen werd mij meegedeeld dat ik niet de koper was. Bij een openbare verkoop mocht er na enkele dagen alsnog een hoger bod worden gedaan. Dat was het geval en of ik maar weer wilde vertrekken. Het rook naar boerenbedrog, maar in Frankrijk weet je dat soort dingen nooit zeker.

Geëxecuteerd in het bos

Spijt heb ik van mijn mislukte aankoop niet gehad. Niet veel later kreeg ik van de “Parisienne’, een dame die in haar jeugd in het gehucht had gewoond te horen dat er bepaald geen zegen op de ruïne rustte. Tijdens WO II , had de Maquis, de verzetsbeweging  die in de Dordogne sterk georganiseerd was, er in het holst van de nacht een Franse collaborateur die heulde met de nazi’s uit zijn huis gesleurd. Daarna is er nooit meer iets van de man vernomen:  “Geëxecuteerd in het bos en begraven.  Nog hoor ik zijn angstschreeuw  toen ze hem meesleepten. Daarna heeft niemand meer in het huis willen wonen omdat er ‘een kwade geest’ zou wonen”. Wat onze Engelse buurman niet heeft weerhouden alle prachtige eikenhouten balken uit het huis te slopen voor zijn nieuw te bouwen huis. De nieuwe eigenaar die mij slinks overbood ‘werkt’ er sindsdien ieder weekend  in de tuin en heeft de ruïne  zonder dak in ‘originele staat hersteld’. “Hij speelt er slechts een beetje”, zegt de Parisienne, “om in het weekend even bij zijn vrouw weg te zijn. Daarom komt het ook nooit af……”.

 

 

 

 

Reacties

Reacties